Maas Binnenvaartmuseum Maasbracht Home Home Home Nieuws Nieuws Nieuws Over ons Over ons Over ons Rondleidingen Rondleidingen Rondleidingen Openingstijden Openingstijden Openingstijden Contact Contact Contact Vrienden v/h museum Vrienden v/h museum Vrienden v/h museum Tjalk “Nooit Volmaakt” Tjalk “Nooit Volmaakt” Tjalk “Nooit Volmaakt” Donateurs en Sponsoren Donateurs en Sponsoren NIEUW Rondvaart door de haven met sluispassage
De Smokkelaar
Geschreven door Dick Zuidhoorn: Storm op de Atlantic . Het is juli 1970. De m.s. Neder Lek is vanuit Nederland over de Atlantische Oceaan op weg naar Midden Amerika, naar het Panama Kanaal. Ik ben de leerling scheepswerktuigkundige en bezig aan mijn vierde reis op dit schip. Zodoende heb ik al een paar keer slecht weer mee gemaakt, maar afgelopen nacht gingen we zo erg te keer dat ik de slaap niet heb kunnen vatten. Waarschijnlijk ben ik niet de enige, want tijdens mijn ontbijtje in de salon loopt de bediende met een vermoeid hoofd te sjaggerijnen dat hij dat stampen en slingeren kotsmoe is. Om 08:00 uur meld ik me in de machinekamer bij de 2e  werktuigkundige die mij een klusje opdraagt. Zelf gaat hij naar boven, want zijn wacht van 04:00 tot 08:00 uur zit er op, die is overgenomen door de 4e wtk. Om 12:00 uur wordt deze afgelost door de 3e wtk, en klim ik in het kielzog van de 4e wtk langs de trappen zo’n vijftien meter omhoog naar boven om met te douchen en om te kleden. Een pilsje gaat er wel in, dus stap ik in tropenuniform (alles wit: shirt, short, kniekousen) een dek lager via de eetsalon de officiersbar binnen bij mijn collega’s. Even een kleine uitleg over de bar en salon, de indeling van de tafels en het uitserveren van het eten: de officiersbar, -salon en -eetsalon vormen samen één ruimte. Op hetzelfde dek hebben de lagere bemanningsleden hun eigen bar en messroom. Tussen de officieren en bemanning is de kombuis, van waaruit iedereen tijdens het ontbijt, de lunch en het diner van eten wordt voorzien. Bij de officieren gebeurt dat door een paar bediendes, in de gaten gehouden door de chef hofmeester, en is te vergelijken met een chique restaurant. Aan de andere kant van de kombuis krijgt de bemanning in de messroom het eten aangereikt via een doorgeefluik. Rangen en standen, verschil moet er kennelijk zijn! Ik kan er moeilijk aan wennen. Vanuit de officiersruimte heb je prachtig uitzicht over het voorschip, waarvan de ramen (poorten) zeker bij zulk onstuimig weer nat zijn van het striemende buiswater. In het eetgedeelte staan twee tafels, de zogenaamde hogedruktafel en de lagedruktafel. De hogedruktafel is een grote ronde tafel bestemd voor de oudere dus hogere garde zoals kapitein, hoofdwerktuigkundige, 1e  stuurman, 2e wtk, 2e stm, marconist, enz. De lagedruktafel is een kleinere rechthoekige tafel voor de jongere dus lagere garde. Ik als leerling zit dus samen met een handvol jongeren aan de lagedruktafel. Om schuiven te voorkomen staan beide tafels permanent vast gemonteerd aan dek. Iedere stoel bij dergelijk slecht weer met een ketting. Bovendien zijn de tafelranden een paar centimeter omhoog verstelbaar, zodat de aldus ontstane rand onder het damasten tafellaken tijdens het stampen en slingeren probeert te voorkomen dat bestek en servies aan dek of nog erger in je schoot kletteren. Zoals gezegd wordt het eten bij de officieren uitgeserveerd door een paar bediendes. Deze draaien hun rondje om de tafels met voor-, midden- en nagerecht of het niks is. Knap bij een slingerend schip. Maar eenmaal opgediend moet je er wel zelf voor zorgen dat de soep niet over de rand van je bord loopt. Dit voorkom je door je bord zoveel mogelijk waterpas te houden tijdens de bewegingen van het schip. Valt niet altijd mee, de golven zijn niet even hoog, dus af en toe zit er een onverwachte schuiver tussen. Gelukkig dat een geoefend oog dit voortijdig kan zien aankomen door het uitzicht over het voorschip en de zee. Terug naar de bar. Tijdens mijn tweede biertje gaat de bel ten teken dat het tafeltijd is. Zodra we onze plaats hebben ingenomen wordt als eersgte de soep uitgeserveerd en begint het gegoochel met de borden, want intussen is de zee steeds wilder geworden. Naar buiten kijkend door het buiswater heen kun je dat duidelijk zien. Het schip krijgt er steeds meer plezier in lijkt het wel. Maar al snel is dat plezier voorbij, want het schip begint “paaltje te pikken” doordat de boeg regelmatig op een golf slaat of deze van beton is, met een klap waarvan je vermoedt dat die het schip zal doen breken. Maar nee, het doet kennelijk alleen maar een beetje pijn gezien de navolgende sidderingen van het schip. Het gevolg is dat de bediendes steeds meer moeite krijgen met uitserveren, en wij met het vasthouden van onszelf en onze tafelattributen. De hofmeester blijkt het zo wel genoeg te vinden. Hij duikt de kombuis in en komt terug gewapend met een met water gevulde bloemengieter. Kennelijk om te voorkomen dat alles tegen de vlakte gaat begint hij tussen de halen van het schip door de tafelkleden nat te maken, waarbij hij niets ontziend het kruis van mijn witte korte broek en passant meeneemt. “Sorry, het is maar water” zegt hij met een stalen gezicht en een knipoog naar mijn tafelgenoten. Ja, ik heb het wel gezien hoor! Aan de hogedruktafel zal de hofmeester zoiets niet durven! Maar ik vat het sportief op en dat is dus  lachen gieren brullen tijdens deze toch best wel spannende situatie. ’s Avonds gaat de wind liggen en wordt het leven aan boord weer als normaal, en m’n natte broek is dan al weer droog.
  