Maas Binnenvaartmuseum Maasbracht Home Home Home Nieuws Nieuws Nieuws Over ons Over ons Over ons Prijzen Prijzen Prijzen Openingstijden Openingstijden Openingstijden Contact Contact Contact Vrienden v/h museum Vrienden v/h museum Vrienden v/h museum Tjalk “Nooit Volmaakt” Tjalk “Nooit Volmaakt” Tjalk “Nooit Volmaakt” Donateurs en Sponsoren Donateurs en Sponsoren
Van stukgoed naar Container door  Dick Zuidhoorn
NIEUW Rondvaart door de haven met sluispassage
Geschreven door Dick Zuidhoorn: Delta Nederland. Voor binnenvaartmensen moet het volgend  verhaal gesneden koek zijn. Zij zullen zeker vinden dat het nog lang niet compleet is. Dat is ook mijn bedoeling niet. Want dan heb je aan een dik boek nog niet genoeg. En het moet voor iedereen een beetje te pruimen zijn. Als je je over de weg door Nederland verplaatst, dan ontkom je er meestal niet aan om een rivier of kanaal te moeten oversteken: meestal over een brug, of door een tunnel, of met een veerpont. En hoe zo’n water heet zal  de meesten onder ons waarschijnlijk ontgaan. Of je moet toevallig vanuit de auto het naambord voorbij hebben zien flitsen. Vraag maar eens aan iemand hoe het water onder de Brienenoortbrug heet. Of van welk water de Beneluxtunnel de vaste oeververbinding is. Of de naam van het water dat je via de Moerdijkbrug oversteekt. In Nederland stikt het van de waterwegen, die niet alleen belangrijk zijn voor onze economie, immers heel veel goederen worden per schip vervoerd, maar ook voor onze veiligheid. Waar komt dat water allemaal vandaan? Bij deze mijn poging om hier wat duidelijkheid in te verschaffen. Nederland ligt aan de monding van drie rivieren: De Rijn, een gletsjerrivier die ontspringt op de Sint Gotthard, een berg in de Zwitserse Alpen, en stroomt via Duitsland bij Spijk ons land binnen. Op school leer je Lobith, maar in werkelijkheid is het Spijk. De Maas, een regenrivier die ontspringt in Noord Frankrijk op het Plateau van Langres, en dwars door België stroomt om bij Eijsden ten zuiden van Maastricht de Nederlandse grens te passeren. De Schelde, ook een regenrivier die ontspringt in Noord Frankrijk en door België stroomt om ten noorden van Antwerpen de Nederlandse grens bij het Zeeuwse Bath te passeren. Deze drie rivieren voeren hun water af naar de Noordzee en vormen uiteindelijk de huidige delta waaruit ons land grotendeels bestaat en waaraan ons land haar bestaan en bekendheid te danken heeft. Maar de huidige vorm van die delta hebben we niet cadeau gekregen. Al eeuwen lang is er het kat en muis spel tussen het water en de mens, waarbij de mens tot nog toe altijd het onderspit delfde. Van ver voor onze jaartelling tot op heden moet de bevolking vechten tegen het water, dat soms van alle kanten een bedreiging vormt: de rivieren met hun onvoorspelbaar gedrag als gevolg van de wisselende hoeveelheden af te voeren water met mogelijke dijkdoorbraken en overstromingen. de Noordzee met haar nukken zoals springvloed en storm. Het water van de rivieren heeft de eigenschap om stroomafwaarts de makkelijkste weg te nemen. Om de waterhuishouding te kunnen managen heeft de mens vaak, tot ver in het verleden, moeten ingrijpen door wijzigingen in de delta aan te brengen. Knap dat ze dat toen ook al konden. Maar het gevaar blijft op de loer liggen, langs de rivieren, vanwege de steeds extremer wordende weersomstandigheden zoals steeds vaker voorkomende hoosbuien. Al dat water zal toch moeten worden afgevoerd, zonder overstromingen te veroorzaken. We willen immers droge voeten houden en niet verdrinken. Gelukkig hebben we de kennis en het geld om drama’s, zoals die in het verleden voorkwamen, te voorkomen. Maar - - - - - 100% garantie kan nooit worden gegeven. En dan de Noordzee, die tijdens stormweer in combinatie met hoge waterstanden onze kust en delta bedreigt en voor de nodige ellende kan zorgen. Denk daarbij aan de St Elisabethsvloed in 1421, waarbij grote schade aan het land werd verricht zoals het ontstaan van een ondiepe binnenzee waardoor in de loop der jaren ten gevolge van het heen en weer trekken met het getij stromen en geulen werden gevormd en zodoende de Biesbos ontstond. En de laatste watersnoodramp op 1 februari 1953. Die heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat er begonnen is aan de uitvoering van het Deltaplan, een kostbaar project. En nóg zijn we niet klaar, want de zeespiegel blijft ten gevolge van de milieuproblematiek stijgen, en zullen we ons continu moeten wapenen tegen al het mogelijke onheil wat ons nog te wachten staat. Want een fatale dijkdoorbraak kan half Nederland onder water zetten. En dat moeten we  natuurlijk zien te voorkomen. Als je op de waterkaart van Nederland de drie eerder genoemde rivieren probeert te volgen, valt het op dat onderweg de namen veranderen. Neem nou de Rijn. Die passeert zoals gezegd vanuit Duitsland de Nederlandse grens, tussen Spijk en Millingen aan de Rijn. Vanaf die grens al begint in ons land de Rijndelta, waarin de rivier zich meerdere keren vertakt, en vervolgens verderop ook weer samenvloeit, waarbij de rivier steeds van naam verandert: bij Pannerden splitst zich de Rijn: linksaf heet ze dan de Waal en rechtdoor het Pannerdensch Kanaal. De Waal is het drukste vaarwater van Nederland. Het is immers de ‘snelweg’ van en naar Duitsland, zonder dat de schepen last hebben van sluizen, want die zijn er niet. Dus kunnen de schepen vanuit Duitsland ongestoord in één ruk doorvaren naar bij voorbeeld de havens van Rotterdam. De Waal stroomt langs Nijmegen en wordt verderop Boven Merwede, die zich bij Gorkum splitst in: linksaf de Nieuwe Merwede en rechtdoor de Beneden Merwede. Deze laatste splitst zich bij Dordrecht in: rechtdoor de Oude Maas  en rechtsaf de Noord, die bij Kinderdijk uitkomt in de Lek waarvan de naam daar overgaat in de Nieuwe Maas en die voorbij Rotterdam, vanaf daar waar de Oude Maas en de Nieuwe Maas samenkomen, Nieuwe Waterweg heet. Deze mondt bij Hoek van Holland uit in de Noordzee. Kun je het nog volgen? Terug naar Pannerden. Het Pannerdens Kanaal splitst zich vóór Arnhem af: rechtdoor in Neder Rijn (die bij Wijk bij Duurstede ineens Lek heet tot Kinderdijk dus) en rechtsaf in Gelderse IJssel die uitmondt in het IJsselmeer.  Wat een namen allemaal. Het moet toch niet gekker worden. Dus wel! Heel vroeger namelijk, vóór de 12e eeuw, boog de Rijn bij Wijk bij Duurstede af en stroomde naar zee via Woerden, Bodegraven, Alphen, Leiden en Katwijk aan den Rijn. Omdat dat stuk Rijn hoeveelheid Rijnwater niet langer kon behappen, is de Lek gerealiseerd, en die is er dus nog steeds. Vervolgens is van dit stuk Rijn de ingang bij Wijk bij Duurstede en de monding bij Katwijk aan den Rijn afgedamd, en is dus geen rivier meer. Het is echter nog wel in gebruik en heet nu van Wijk bij Duurstede tot Katwijk aan Zee: Kromme Rijn, Leidse Rijn en Oude Rijn. Vind je het nog leuk? Ten behoeve van de waterhuishouding is veel later de Lek voorzien van 3 stuwen met bijbehorende sluizen. De Maas. Die komt dus bij Eijsden ten zuiden van Maastricht ons land binnen. Voorheen was de Maas nagenoeg onbevaarbaar, afhankelijk van de doorstroming, in tegenstelling tot de Rijn, die heeft altijd voldoende doorstroming om bevaarbaar te blijven. Maar sinds de kanalisatie met sluizen en stuwen in 1929 is de Maas wél bevaarbaar, eerst stroomopwaarts tot Maasbracht, met als sluitstuk in 1934 de realisatie van het 43 kilometer lange Julianakanaal tussen Maastricht en Maasbracht, parallel aan de onbevaarbare Grensmaas van Borgharen tot Ohé en Laak. De Maas stroomt door Limburg in noordelijke richting en volgt bij het verlaten van deze provincie de grens tussen Noord Brabant en Gelderland, tot aan de laatste stuw en sluis van Lith, ter hoogte van ‘s Hertogenbosch. Eenmaal voorbij deze stuw en sluis is de Maas plotseling  een getijde rivier geworden, immers kan men nu, net als op de Rijn/Waal/Merwede, achter elkaar doorvaren naar zee. Maar de invloed van de getijden van de Noordzee is tegenwoordig, wat de Maas betreft, landinwaarts te verwaarlozen vanwege de (gedeeltelijke) afsluiting van zeegaten in het kader van de Deltawerken. Zodra we verder stroomafwaarts het prachtige stadje Heusden passeren, splitst de Maas zich in: rechtdoor de Bergse Maas en rechtsaf het Heusdens Kanaal dat over gaat in de Afgedamde Maas (de dam bij Andel is later vervangen door een  sluis) die bij Woudrichem, schuin tegenover Gorkum, uitmondt in de Waal. Om het voor de lezer nog moeilijker te maken heet de Bergse Maas vanaf Geertruidenberg de Amer, die samen met de Nieuwe Merwede bij de Brabantse Biesbos uitmondt in het Hollands Diep, een breed water  met de drie beroemde één kilometer lange Moerdijkbruggen voor spoor- en wegverkeer. Via rechtdoor het Haringvliet en rechtsaf de Dordtse Kil, Oude Maas en Nieuwe Waterweg vindt de hoofdwaterafvoer naar zee plaats. Zie ook het getoonde waterkaartje. De Schelde. Alvorens de grens met Nederland te passeren wordt de Schelde bij Antwerpen de Zeeschelde genoemd. Immers eb en vloed van de Noordzee zijn daar duidelijk aanwezig. Eenmaal in Nederland verandert de Schelde in een zeearm, en heet dan Westerschelde, gelegen tussen Zeeuws Vlaanderen en Zuid Beveland/Walchereh en bevaarbaar gehouden voor grote zeeschepen, voornamelijk met bestemming Antwerpen. De Westerschelde, het gevaarlijkste vaarwater ter wereld, heeft in de monding met de Noordzee twee vaargeulen: De Wielingen, hoofdvaargeul langs de kust van Zeeuws Vlaanderen Het Oostgat, smalle vaargeul langs de Walcherse kust. Los van de Westerschelde ligt aan de noordkant van Zuid Beveland de doodlopende Oosterschelde. Eeuwen geleden stond de rivier de Schelde alleen in verbinding met wat nu de Oosterschelde heet. Scheepvaart van en naar Antwerpen dus vond toen via die route plaats. Wat nu Westerschelde heet was toen maar een ‘het land binnendringende getijdengeul’ waarin de Honte uitmondde, een zijriviertje van de Schelde. Maar daar kwam verandering in ten gevolge van stormvloeden ergens in de 12e eeuw, waardoor er in de 15e eeuw ook een serieuze opening voor de scheepvaart ontstond die tevens de nieuwe hoofdafvoer van de rivier de Schelde werd. De Honte werd omgedoopt in Westerschelde. Tóch kom je op waterkaarten nog steeds de naam ‘Honte’ tegen. Als laatste om onze hersenen te pijnigen: hoe zijn we dan op de namen Ooster- en Westerschelde gekomen? Die liggen toch bóven en niet náást elkaar? Goeie vraag. Daar zijn meerdere theorieën voor, waarvan er voor mij twee de meest geloofwaardige zijn: 1. De rivier de Schelde stroomt in België van zuid naar noord. Dus de rechter oever is oost, de linker oever west. Als je toentertijd vanaf Antwerpen de oostoever volgde kwam je in de Oosterschelde terecht, langs de westoever in de Westerschelde. Zou zo maar kunnen. Later is ten gevolge van het dichtslibben de verbinding tussen Oosterschelde en de rivier de Schelde afgesloten met een dam. Maar tot op de dag van vandaag is de naam Oosterschelde behouden. 2. Vroeger waren degenen die de landkaarten maakten (de kartografen) niet georiënteerd op het noorden, maar op het westen. Dus de kaarten van toen waren zodoende een kwart slag naar rechts gedraaid, met het westen aan de bovenzijde. Dit zorgde toen voor de nodige verwarring, want wat nu de Westerschelde is stond toen links en wat nu de Oosterschelde is rechts op de kaart. En dat werd toen verkeerd geïnterpreteerd en kregen beide zeearmen hun huidige naam. Zou ook zo maar kunnen. Samengevat: alle ooit door natuurgeweld maar ook door de mens uitgevoerde correcties aan de delta zijn het gevolg van de verknipping van onze rivieren ten opzichte van hun oorspronkelijk loop. Dit is vooral zichtbaar bij de benedenloop van de Maas.   Mag ik de lezer die het heeft volgehouden danken voor de aandacht. Petje af!!
         
Pasen door Dick Zuihoorn
Pasen door Dick Zuihoorn