Maas Binnenvaartmuseum Maasbracht Home Home Home Nieuws Nieuws Nieuws Over ons Over ons Over ons Rondleidingen Rondleidingen Rondleidingen Openingstijden Openingstijden Openingstijden Contact Contact Contact Vrienden v/h museum Vrienden v/h museum Vrienden v/h museum Tjalk “Nooit Volmaakt” Tjalk “Nooit Volmaakt” Tjalk “Nooit Volmaakt” Donateurs en Sponsoren Donateurs en Sponsoren NIEUW Rondvaart door de haven met sluispassage
Geschreven door Dick Zuidhoorn: De smokkelaar. Het Maas Binnenvaartmuseum aan de Havenstraat in Maasbracht wordt bemand door vrijwilligers uit de vaart die op toerbeurt de bezoekers ontvangen. Onderling wordt vaak gelachen om de verhalen die ze elkaar vertellen, het ene soms spannender en smeuïger dan het andere, zoals: Het is november 1969. We lopen met de 'Neder Lek' tegen middernacht de buitenhaven van Vlissingen binnen. Ik ben de leerling werktuigkundige (wtk). We komen van Nieuw Zeeland af via het Panama Kanaal, een oversteek van totaal bijna vier weken. De lading bestaat uit wol, diepgevroren schapen, talgolie en koeienhuiden. In totaal zo’n twaalf duizend  ton waarvan de tienduizend ton wol in Vlissingen, dan de grootste wolhaven van West-Europa, zal worden gelost.  De rest van de lading moet naar Rotterdam en Hamburg. Tijdens het aanmeren van het schip in Vlissingen staat de stuwadoor met zijn bootwerkers al in de startblokken om met het lossen te beginnen. Zodra het schip bij de douane zal zijn ingeklaard zal het lossen gaan beginnen, vanaf de wal met twee enorme mobiele hijskranen waarmee tientallen balen tegelijk uit de ruimen worden gehesen en op de kade gedumpt. Daarbij zijn twee ploegen bootwerkers die aan boord, in de ruimen, de wolbalen aanslaan en twee ploegen  aan de wal die de balen losgooien. De mannen klauteren dan als jonge honden over de steeds hoger wordende bergen wol. Het is grappig om te zien hoe dat in zijn werk gaat. Maar zover is het nog niet Gelukkig stapt al snel de douane aan boord, twee man sterk. Ik sta te popelen om van boord te gaan. Het is weliswaar vlak na middernacht maar mijn vriendin wacht op me. Het zal amper twintig minuten lopen zijn naar haar ouderlijk huis, dus opschieten met dat inklaren alstublieft! Om één liter sterke drank en één slof sigaretten mee te kunnen nemen zonder invoerrechten te hoeven betalen heb ik het vrijstellingsformulier, dat ik van de hofmeester heb gekregen, al de vorige dag op zee netjes ingevuld. Er is wel weinig belastingvrij: een fles sterke drank of twee flessen wijn en daarbij een slof sigaretten of vijf pakjes shag. Maar in mijn hut heb ik een voorraadje drank en sigaretten aangelegd die ik in Vlissingen van boord wil smokkelen. Vrij snel krijg ik mijn formulier afgestempeld van de douane terug en zodoende kan ik van boord stappen, gekleed in een groene legerjas met heel veel grote binnen- en buitenzakken waarin veel meer dan die vrijstelling is verstopt, namelijk: vier sloffen sigaretten voor mezelf en mijn vriendin, vier flessen jonge jenever voor haar vader en rond mijn middel een spierwitte lamsvacht uit Nieuw Zeeland voor haar moeder. Ik lijk wel een Michelin- mannetje! Ja, je moet er wát voor over hebben om bij je aanstaande schoonfamilie in het pulletje te vallen. Ondanks de waarschuwing van mijn collega’s om te wachten met het van boord gaan tot de douane is verdwenen, kan ik mijn ongeduld niet meer bedwingen en sjok ik de gangway af de wal op. Ik schrik me het apenzuur als achter mij de twee douaniers óók van boord gaan. Had ik maar naar mijn collega’s geluisterd. Wat nú te doen? Straks ben ik nog de klos! Al stappend over de kade hoor ik vlak achter me de douaniers gezellig met elkaar praten. Ik durf niet te versnellen, want dat zou alleen maar argwaan wekken bij de douaniers. Maar het is nog zeker vijf minuten lopen naar het douanekantoortje vlak bij de veerstoep van de veerdienst Vlissingen-Breskens. Pas dan zal ik bij hen uit beeld verdwijnen. Voordat het zo ver is word ik door één van de douaniers aangesproken. Het hart bonkt in mijn keel. Ik vrees dat het nu helemaal fout gaat aflopen. Ondanks de kou krijg ik het warm en knijp ‘m als een ouwe dief. “Goede avond jonge man, op dit late uur toch nog even van boord?” “Ja zeker meneer, mijn vriendin woont hier in de stad. Even kijken of ze nog wakker is.” “Ik hoop het voor je. Wanneer heb je haar voor het laatst gezien?” “Ruim drie maanden geleden meneer.” “Dat zal dan wel een gelukkig weerzien worden. Veel plezier!” “Dank u meneer.” Opgelucht kan ik ongestraft mijn weg vervolgen. Regelmatig achterom kijkend of de kust veilig blijft. Zeker een slecht geweten, die smokkelaar! Even later val ik in de armen van mijn vriendin met dikke jas en al. Maar die is daarna snel uit! De volgende ochtend vroeg moet ik al weer aan boord zijn want er is genoeg werk aan de winkel. Nog diezelfde dag kiezen we het zeegat op weg naar Rotterdam alwaar we ’s avonds aankomen en de zwarte bende van de douane aan boord komt. Hoewel die alles grondig doorzoekt wordt er bij mij natuurlijk niets gevonden omdat de smokkelwaar veilig in Vlissingen is achtergebleven. Ik monster af, verloof me met mijn vriendin, en monster ruim een week later na de kustreis van het schip weer aan voor de grote reis terug naar Nieuw Zeeland afgeladen met stukgoed uit Europa. Volgens het vaarplan van het schip zal ik over drie maanden weer thuis zijn.