Maas Binnenvaartmuseum Maasbracht
Havenstraat 12, 6051 CR Maasbracht
Home Home Home Nieuws Nieuws Nieuws Over ons Over ons Over ons Rondleidingen Rondleidingen Rondleidingen Openingstijden Openingstijden Openingstijden Contact Contact Contact Vrienden v/h museum Vrienden v/h museum Vrienden v/h museum Tjalk “Nooit Volmaakt” Tjalk “Nooit Volmaakt” Tjalk “Nooit Volmaakt” Donateurs en Sponsoren Donateurs en Sponsoren NIEUW Rondvaart door de haven met sluispassage
Geschreven door Dick Zuidhoorn: De haai. Het Maas Binnenvaartmuseum aan de Havenstraat in Maasbracht wordt bemand door vrijwilligers uit de vaart die op toerbeurt de bezoekers ontvangen. Onderling wordt vaak gelachen om de verhalen die ze elkaar vertellen, het ene soms spannender en smeuïger dan het andere, zoals: Het is januari 1970. Op een zondagmiddag rond 12 uur ligt het vrachtschip de Neder Lek badend in de tropenzon voor anker op de rede van Samoa, een eilandengroep in de Stille Oceaan. Geen zuchtje wind. De lange deining doet het schip loom wiegen, al wachtend op haar beurt om het haventje binnen te varen als de kade eenmaal vrij is. Omdat het bijna zover is heb ik als leerling werktuigkundige (wtk) opdracht gekregen om half twaalf vóór te gaan eten zodat ik in de startblokken sta voor het mogelijk verder gereed maken van de machinekamer voor vertrek. Zodoende kunnen mijn collega’s op de normale tijd eten. Ik sta buiten op het officiersdek leunend over de verschansing nog wat uit te buiken van de heerlijke rijsttafel, als mijn oog valt op het visgerei beneden in het kristalheldere zeewater. Dit bestaat uit een lange lijn vastgebonden aan een bolder met aan het andere eind in het water een plank als dobber en daaronder een paar meter staaldraad met aan het einde een grote vleeshaak en daaraan een flinke homp varkensvlees als aas. De bedoeling van de bemanning is een haai te vangen, want deze ochtend zijn er al verscheidene gesignaleerd, gelokt door de uitlaat van de vuilvermaler van de kombuis. Maar nu is er geen haai te bekennen, en geen mens aan dek, want iedereen zit binnen aan de rijsttafel. Alleen de Indische wasbaas staat zo’n 50 meter verderop  in het gangboord vóór de midscheeps met een hengeltje te vissen. Stel je voor dat er een hongerige haai in de buurt zal zijn. Ik word op mijn wenken bediend, want plotseling doemt er een enorme vis op van wel 5 meter lang, duidelijk een haai, want de donkere rugvin en een deel van zijn rug steken boven het water uit. Ik heb nog nooit zo’n grote haai gezien, ook niet in een zeeaquarium. Als we deze toch eens konden vangen! Mijn hart bonkt in mijn keel, maar helaas, de haai zwemt het aas voorbij en verdwijnt uit het zicht. Maar dat duurt niet lang, want onverwacht schiet er een wit gevaarte met een draaiende beweging naar het aas en wordt dit meegesleurd naar de diepte. Het moet een aanval van dezelfde haai zijn, maar dan met zijn witte buik naar boven. Ik bedenk me geen moment en stuif twee dekken omlaag naar het hoofddek, pak het nylon touw en trek zo hard als ik kan met de bedoeling de haai aan te slaan als dat nog nodig is. Ik moet echter loslaten om te voorkomen dat  mijn handen zullen verbranden. Wat is dat beest sterk! De lijn staat zo strak als een snaar en de haai zwemt diep van links naar rechts, van voor naar achter. Maar hij zit vast en komt niet meer los. In paniek probeert het beest onder het vierentwintig meter brede schip door te zwemmem, maar dat gaat niet want daarvoor is  de lijn niet lang genoeg en bonkt hij hoorbaar tegen de onderkant van het schip. Intussen heeft de wasbaas zijn hengel aan de kant gesmeten en snelt hij naar de messroom van de bemanning: ”Leerling machinist grote vis!”  In no time staat de hele crew aan dek, de meegenomen borden rijsttafel worden vlug aan de kant gezet op het luik van ruim 5. De opwinding is ongekend. Met man en macht wordt de lijn met de haai eraan centimeter voor centimeter via de bolder naar binnen gehaald, totdat het beest met de kop langszij boven water hangt. Hoger gaat niet, daar is de haai veel te zwaar voor. Zo hangt hij een tijdje bewegingloos naast het schip. Je kan de haai over de verschansing heen recht in de witte muil kijken, kippenvel, met de dobberplank tegen zijn neus, terwijl de staaldraad achter in zijn keel verdwijnt. De haak met het aas moet dus een paar meter verderop in zijn maag zitten. Intussen heeft de bootsman één van de matrozen een dekkraan op het achterschip ingestuurd om  het beest binnenboord te hijsen. Als de haak van de kraan boven de haai hangt, wordt behoedzaam de lijn hieraan bevestigd en kan het hijsen beginnen. Maar helaas, als het beest helemaal boven water hangt en zijn kop nog een paar meter van de verschansing is verwijderd, slaat hij met een laatste krachtsinspanning een paar keer hard met zijn staart tegen de scheepswand, keert kennelijk zijn maag binnenste buiten, dat kunnen die, schiet los en verdwijnt in de diepte, een spoor van braaksel en bloed achterlatend.   Of de haai het er levend van af heeft gebracht valt te betwijfelen, want haaien zijn kannibalen en lusten dus ook haaienvlees, zodat mag worden aangenomen dat zijn talrijke soortgenoten zich aan hem hebben vergrepen. Een gruwelijk idee. Maar wel jammer voor de bemanning. Het was namelijk de bedoeling om triomfantelijk met een haai in top de haven binnen te lopen, dit ter genoegdoening van de plaatselijke bevolking, waaronder jaarlijks slachtoffers van haaien vallen. Volgende keer beter misschien?