Maas Binnenvaartmuseum Maasbracht
Havenstraat 12, 6051 CR Maasbracht
Home Home Home Nieuws Nieuws Nieuws Over ons Over ons Over ons Rondleidingen Rondleidingen Rondleidingen Openingstijden Openingstijden Openingstijden Contact Contact Contact Vrienden v/h museum Vrienden v/h museum Vrienden v/h museum Tjalk “Nooit Volmaakt” Tjalk “Nooit Volmaakt” Tjalk “Nooit Volmaakt” Donateurs en Sponsoren Donateurs en Sponsoren NIEUW Rondvaart door de haven met sluispassage
Geschreven door Dick Zuidhoorn: Claustrofobie? Ooit heb ik eens het verhaal “Hoogwerker” geschreven. Dat waren gebeurtenissen aan boord van de ms Neder Lek, mijn eerste schip waarop ik vier wereldreizen heb gemaakt. Dat verhaal gaat over mijn overwonnen hoogtevrees. Dit nieuwe verhaal betreft een ander probleem, nl. engtevrees, of met een duur woord claustrofobie. Als je last hebt van engtevrees hoef je nog geen watje te zijn, je kunt er immers niks aan doen. Maar je kunt het wel proberen te verbloemen, alsof er niets aan de hand is. Wél intussen  peentjes zweten natuurlijk. We gaan terug naar 1970. Ik ben nog steeds leerling werktuigkundige (ll wtk) bij de machinedienst op de ms Neder Lek. Een leerling is dus de laagste in rang, moet om hogerop te komen een jaar lang (365 vaardagen) zijn takenboek bijhouden en wekelijks laten controleren en paraferen door de hoogste in rang, de hoofdwerktuigkundige (hwtk). Zodra dit takenboek is goedgekeurd door de examencommissie in den Haag, dan zal ik door de rederij direct worden gepromoveerd tot assistent werktuigkundige (ass wtk). Maar zover is het dus nog lang niet. Als leerling loop ik dagdienst en word door de 2e wtk bij allerlei werkzaamheden ingedeeld, met de 3e of 4e wtk of de bankwerker als leidinggevende. Het is een soort opvoeding, waarbij het natuurlijk de bedoeling is dat je snel ervaring opdoet om steeds meer zelfstandig je werkzaamheden te mogen verrichten. Het schip onderhoudt een lijndienst  tussen Europa en Nieuw Zeeland. Zodoende liggen we een weekje in de hoofdstad Wellington, tijd genoeg voor de geplande zuigercontrole van de hoofdmotor, een bakbeest van 17.000 pk, met een hoogte van ruim 10 meter en een lengte van ook ruim 10 meter. Het is een 2-takt 6-cilinder met een zuigerslag van 1,70 meter en een cilinderdiameter van 0.90 meter. Om de zuigers van deze motor te kunnen inspecteren worden ter voorbereiding door een paar poetsers alle spoelluchtdeuren geopend en de spoelluchtruimte met de stoomslang gereinigd, een klus van een paar uur. Vervolgens kunnen we de spoelluchtruimte van iedere cilinder fatsoenlijk betreden. De bijgeleverde illustraties moeten de geïnteresseerde lezer hierin duidelijkheid geven. Zo’n zuigerinspectie per cilinder bestaat in eerste instantie uit visuele controle door de spoelpoorten heen: het controleren van de zuigerveren op breuk. Terwijl met de tornmachine in bedrijf de zuigerveren zichtbaar worden door de spoelpoorten, krijgen we een indruk van de conditie van de zuigerveren. het controleren van de cilinderwand op vlekvorming. De cilindervoeringen zijn namelijk inwendig chroomgehard, dus voorzien van een dunne chroomlaag. Raakt die versleten, dan verschijnt er vlekvorming aan de oppervlakte ten gevolge van het zichtbaar worden van het onderliggende gietstaal het controleren van de cilindersmering. Iedere cilinder heeft zijn eigen cilindersmeerautomaat. Door deze op de hand te bedienen zie je als het goed is elk (12 stuks) injectiepunt aan de binnenkant van de cilindervoering tranen. Zo’n apart systeem is noodzakelijk omdat het hier een kruishoofdmotor betreft, waarvan de zuigers gescheiden zijn van het carter en dus de spatsmering, zoals dat bij trunkzuigermotoren wél het geval is, ontbreekt. Zodra er aanleiding is om zuigerveren te vervangen, maar ook de slijtage van de cilindervoeringen te meten, dan moet van de cilinders beurtelings de ondervoering (oftewel het hemd met de spoelpoorten, zie tekening) worden verwijderd. Zo is deze motor geconstrueerd,  veel eenvoudiger dan het lichten van de cilinderkop en het trekken van de zuiger, zoals dat bij andere type hoofdmotoren het geval is. Met de betreffende zuiger in bodem kunnen de zuigerveren worden vervangen door nieuwe en kan de bovenkant van de zuiger worden betreden om met een speermaat de cilinderdiameter op meerdere plaatsen dwars- en langsscheeps te meten, een uiterst nauwkeurig werkje, waarbij zal blijken dat de grootste slijtage bovenin plaats vind, vanwege de plaatselijke hoge bedrijfsdrukken en temperaturen,  en dat dwarsscheepse slijtage altijd groter is dan de langsscheepse, simpelweg omdat het schip en dus de motor op zee meestal grotere slingerbewegingen dan stampbewegingen maakt. Maar goed, iemand moet die meting doen. Mijn persoontje dus. Slik. Ik ben er intussen wel aan gewend geraakt om naar alle hoeken en gaten van het schip te worden gestuurd, en heb zo’n beetje alle mangaten aan de binnenkant gezien, weliswaar voor de veiligheid nooit alleen, maar zo’n cilinderinspectie is toch een ander verhaal, heeft toch iets beangstigends, iets bedreigends, want je staat helemaal alleen in die benauwde ruimte van 1,70 meter hoog en een diameter van 0,9 meter. Weliswaar met de torn van de hoofdmotor in zijn werk als een soort handrem op het vliegwiel en elektrisch uitgeschakeld, maar toch , die tornmachine zou maar eens gaan slippen  door bij voorbeeld een klap water tegen de schroef door een voorbij varende sleepboot, ik noem maar iets, dan kun je op die omhoog komende zuiger geen kant meer op en wordt je genadeloos tegen de cilinderkop geperst en is het afgelopen met je. Al duurt het maar een paar seconden, het moet toch een vreselijke dood zijn. Maar niet aan denken! Ik laat niets merken, en wurm me ongerust tussen de bovenvoering en de zuiger door op de bovenkant van de zuiger, en sta dan met een speermaat in m’n handen, met m’n hoofd tegen de cilinderkop. Het voelt aan als een dwangbuis. Intussen staat buiten de motor een collega de meetwaarden die ik hem toeroep te noteren in zijn boekje. Zodra de meting klaar is mag ik de cilinder verlaten om weer opgelucht adem te kunnen halen. Vervolgens worden de verdere werkzaamheden aan deze cilinder afgerond. Morgen weer een dag, dan is de volgende aan de beurt, tot we ze alle zes hebben gehad. Dit soort werk heeft in ieder geval zoveel indruk op me gemaakt, dat ik nu tientallen jaren later daar ’s nachts nog wel eens een enkele keer wakker van kan schrikken. Tóch een watje?